Mineralen zijn vaste stoffen die van nature voorkomen en ontstaan door geologische processen. Ze vormen de bouwstenen van gesteenten en spelen een belangrijke rol in de opbouw van de aardkorst. De meeste hebben een specifieke chemische samenstelling en een herkenbare kristalstructuur. Deze structuur bepaalt onder andere de vorm, hardheid en andere fysische eigenschappen van het mineraal.

Naast samengestelde stoffen worden ook chemische elementen tot de mineralen gerekend, mits zij in vaste vorm in de natuur voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn goud, zilver en koper. Sommige mineralen komen in zulke grote hoeveelheden voor dat ze economisch winbaar zijn. In dat geval spreken we van ertsen. Deze ertsen vormen een belangrijke grondstof voor industrieën zoals metaalproductie, bouw, elektronica en energie.

Er bestaan duizenden verschillende mineralen, maar slechts een klein deel daarvan is algemeen bekend of commercieel relevant. Veel zijn zeldzaam of komen alleen voor onder specifieke geologische omstandigheden, zoals bepaalde druk- en temperatuurcombinaties. Hierdoor worden ze slechts op enkele locaties in de wereld aangetroffen.

In betekenis is een mineraal een enkelvoudige of samengestelde vaste stof die in de vrije natuur voorkomt en gevormd is door natuurlijke, geologische processen. Ze zijn daarmee essentieel voor zowel natuurlijke ecosystemen als menselijke toepassingen.

mineralen op een transportband